Conus maaboensis (Icke & Martin, 1907)

 

 

Descrizione.

 

De lengte van de schaal bedraagt 15 mm.; de slotomgang is voor den spiraalhoek 12 mm. lang, in den spiraalhoek 6 mm. breed, terwijl zijn breedte van voren nog slechts 2 mm. bedraagt. De profiellijn van den slotomgang is voor den stompen spiraalhoek zwak s-vormig gebogen, terwijl de spira in profiel concaaf is. Haar embryonale einde is zeer onvolledig bewaard. Hierop volgen 6 midden- windingen, waarvan de oudste een spiraalhoek dragen, die nagenoeg in het midden gelegen is, terwijl deze op de jongere omgangen geleidelijk onder de sutuur verdwijnt. De middenwindingen dragen evenals het achterste gedeelte van den slotomgang geen' andere sculptuur dan 4 Spiralen. De slotomgang is voor den -spiraalhoek met spiraalgroeven bedekt, die naar voren toe breeder worden en hier duidelijke groeistreepen dragen. De rechterlip is niet bewaard. Van de levende soorten is Conus lacteus Lam. (Reeve, Conus tab. 43, spec. 234) verwant. Het fossiel is echter gemakkelijk daarvan te onderscheiden, doordat hier de slotomgang van voren sterker is ingesnoerd, zijn spiraalhoek scherper en de afstand tusschen zijne spiraalgroeven kleiner is. Onder de fossielen is Conus socialis Mart. (Foss. v. Java pag. 17, tab. 2, fig. 2733) een nauw verwante vorm, is echter door het ongelijkmatig karakter, dat hier de spiraalsculptuur van den slotomgang draagt, van C. maboensis te onderscheiden. De spiraalsculptuur wordt namelijk op het achterste gedeelte van den slotomgang dikwijls zeer onduidelijk of verdwijnt zelfs geheel, en bovendien voegen zieh tusschen de breedere spiraalbanden hier en daar fijnere in. Een exemplaar. Vindplaats: Bedding der Mabo (1).

 

 

The length of the shell is 15 mm.; the closing passage for the spiral angle is 12 mm. long, in the spiral angle 6 mm. wide, while its width at the front is only 2 mm. amounts to. The profile line of the last whorl is slightly S-shaped for the obtuse spiral angle, while the spiral is concave in profile. Her embryonic end is very incompletely preserved. This is followed by 6 central turns, of which the oldest bears a spiral angle, which is situated almost in the middle, while in the younger turns it gradually disappears under the suture. The last whorl is covered in front of the spiral angle with spiral grooves, which widen towards the front and bear clear growth stripes. The right lip has not been preserved. Of the living species, Conus lacteus Lam. (Reeve, Conus tab. 43, spec. 234) is related. The fossil, however, is easily distinguished from it, in that here the lock is more constricted from the front, its spiral angle is sharper, and the distance between its spiral grooves is smaller. Among the fossils Conus socialis Mart. (Foss. v. Java page 17, tab. 2, figs. 27-33) is a closely related form, however, can be distinguished from C. maaboensis by the uneven character that the spiral sculpture of the final passage bears here. The spiral sculpture often becomes very unclear or even disappears completely at the rear of the closing passage, and moreover, between the wider spiral bands, here and there, finer ones are added. A specimen. Found: Bed of the Maabo (1).

 

La lunghezza del guscio di 15 mm.; il passaggio di chiusura per l'angolo della spirale lungo 12 mm., nell'angolo a spirale largo 6 mm., mentre la sua larghezza nella parte anteriore di soli 2 mm.  La linea di profilo dell'ultimo giro leggermente a forma di S per l'angolo ottuso della spirale, mentre il profilo della spirale concavo. La sua fine embrionale molto incompleta. Seguono 6 spire centrali, di cui la pi antica porta un angolo a spirale, che si trova quasi a met, mentre nelle spire pi giovani scompare gradualmente sotto la sutura. L'ultimo giro coperto davanti all'angolo a spirale da scanalature a spirale, che si allargano verso la parte anteriore e portano chiare strisce di crescita. Il labbro destro non stato conservato. Tra le specie viventi, il Conus lacteus Lam. (Reeve, Conus tab. 43, spec. 234) correlato. Il fossile, tuttavia, facilmente distinguibile da esso, in quanto qui l'apertura pi ristretta dalla parte anteriore, il suo angolo a spirale pi acuto e la distanza tra le sue scanalature a spirale minore. Tra i fossili c' il Conus socialis Mart. (Foss. v. Java pag. 17, tab. 2, figg. 27-33) una forma strettamente affine, tuttavia, si pu distinguere dal C. maaboensis per il carattere irregolare che qui assume la scultura a spirale del passaggio finale. La scultura a spirale diventa spesso molto poco chiara o addirittura scompare del tutto nella parte posteriore del passaggio di chiusura, e inoltre, tra le fasce spirali pi larghe, qua e l, se ne aggiungono di pi fini. Un esemplare. Trovato: Letto del Maabo (1).

 


Epoca: Lower Miocene

 


 

 

 

 

 

 

Conus maaboensis

 Tab. 14; Fig. 5, 5a, 5b

mm. 15 x 6

Lower Miocene

Maabo

 

 

 


 

 

 

 


Bibliografia

 

 

         (1) - Icke, H., and Martin, K., 1907. Over Tertiare en Kwartaire Vormingen Van Het Eiland Nias. Sammlungen des geologischen Reichs-Museums in Leiden, 1 (8 ): 205 255